Vorige maand bleef vrij leeg. Blijkbaar, want er kwam geen enkele post. Misschien begrijpelijk, want ik worstelde me wederom door een examenperiode door. Maar dan toch. Dat is een van de meest bewogen periodes van het jaar voor mij. Vooral op emotioneel vlak dan. En ook deze keer was er met mijn warhoop aan gevoelens geen land te bezeilen, geen zee te bevliegen en geen luchtruim te berijden.
Momenteel weet ik niet waar ik met mijn leven heen wil. Wat wil ik bereiken, wat wil ik doen. En dan denk ik enkel maar over de nabije toekomst. Hooguit een jaar verder. En mijn “ach, we zien wel”-houding helpt me ook niet ver vooruit.
Ik heb persoonlijk de blok- en examenperiode uitgeroepen als meest seksueel frustrerendste periode. Het is het enige wat je wil, en het enige waar je soms zo hard naar verlangt, en het enige wat je niet hebt. Als de rest kan je kopen in een winkel: DVD’s, en CD’s bij hopen, eten met een overvloed aan vetten en suikers, snoep, groenten en fruit, en – al je er nood aan zou hebben – zelfs porno in alle vormen, geuren en kleuren.
Maar het echte werk, het enige dat de echte voldoening geeft, een heerlijk lichaam in je bed, dat jou verwent, dat jij mag verwennen en dat na dé ultiemste der ontspanningen, zich zachtjes tegen jou vlijt en in je armen in slaap valt, laat dat nu zijn waar je echt hartstochtelijk naar verlangt en niet kunt krijgen in een winkel. (En zelfs als dat zou kunnen zou ik het nog niet kopen). Ik verlang er echt naar, naar het niet alleen hoeven te zijn, naar iemand die ik kan overladen met mijn liefde die ik teveel heb.
En alsof de frustraties nog niet genoeg zijn, slaag ik er steeds weer in om verliefd te worden op de verkeerde persoon. Niet dat die persoon op zich verkeerd is, want ik word niet snel verliefd en pik mijn slachtoffers zorgvuldig uit, maar of hij is hetero of hij ziet me niet staan. Ach, soms denk ik dat het beter zo is, dan een vriendje hebben die maar jouw vriendje is zonder echt iets voor je te voelen. Ook deze keer viel ik voor een onmogelijke prooi. Misschien maakt dat hem zo aantrekkelijk, het feit dat hij fysiek binnen handbereik ligt, maar emotioneel zal ik hem nooit kunnen vastgrijpen. Het maakt het niet echt makkelijker. Ik ben dan ook geen jager, ik behoor de prooi te zijn, dat is ‘mijn rol in het leven’ – of wat ze noemen ‘een makkelijk excuus’. Misschien zou ik hem gewoon moeten vertellen wat ik voor hem voel. Misschien moet ik het er gewoon op proberen, hem verleiden. Helaas gaat dat niet. Het is de basis van ons samenzijn, van hem en ik, ‘we zijn gewoon vrienden, meer kunnen we elkaar niet bieden’. Ik besef dat goed genoeg. Maar wat doe je als je dan toch – misschien onverwachts en ongepland – verliefd wordt, als je dan toch meer te bieden hebt en op de koop toe ook meer wilt vragen…
Volgende week vertrek ik op scoutskamp. Ik zie hem een maand niet. Misschien biedt dat me de tijd om te vergeten. Om terug tot het nuchtere en – helaas – realistische besef te komen dat we gewoon vrienden zijn, en elkaar niet meer kunnen bieden. Of misschien vind ik wel de moed om er voor te gaan, wetende dat de muur waar ik tegen ga botsen steeds, en onvermijdelijk, dichterbij komt, maar bereid te zijn om er tegenaan te smakken met alle geweld. Al was het gewoon maar om er later geen spijt van te krijgen dat ik het niet geprobeerd heb. Al was het gewoon maar om dat ik smoorverliefd ben.