Leegte

1 07 2008

Vorige maand bleef vrij leeg. Blijkbaar, want er kwam geen enkele post. Misschien begrijpelijk, want ik worstelde me wederom door een examenperiode door. Maar dan toch. Dat is een van de meest bewogen periodes van het jaar voor mij. Vooral op emotioneel vlak dan. En ook deze keer was er met mijn warhoop aan gevoelens geen land te bezeilen, geen zee te bevliegen en geen luchtruim te berijden.

Momenteel weet ik niet waar ik met mijn leven heen wil. Wat wil ik bereiken, wat wil ik doen. En dan denk ik enkel maar over de nabije toekomst. Hooguit een jaar verder. En mijn “ach, we zien wel”-houding helpt me ook niet ver vooruit.

Ik heb persoonlijk de blok- en examenperiode uitgeroepen als meest seksueel frustrerendste periode. Het is het enige wat je wil, en het enige waar je soms zo hard naar verlangt, en het enige wat je niet hebt. Als de rest kan je kopen in een winkel: DVD’s, en CD’s bij hopen, eten met een overvloed aan vetten en suikers, snoep, groenten en fruit, en – al je er nood aan zou hebben – zelfs porno in alle vormen, geuren en kleuren.
Maar het echte werk, het enige dat de echte voldoening geeft, een heerlijk lichaam in je bed, dat jou verwent, dat jij mag verwennen en dat na dé ultiemste der ontspanningen, zich zachtjes tegen jou vlijt en in je armen in slaap valt, laat dat nu zijn waar je echt hartstochtelijk naar verlangt en niet kunt krijgen in een winkel. (En zelfs als dat zou kunnen zou ik het nog niet kopen). Ik verlang er echt naar, naar het niet alleen hoeven te zijn, naar iemand die ik kan overladen met mijn liefde die ik teveel heb.

En alsof de frustraties nog niet genoeg zijn, slaag ik er steeds weer in om verliefd te worden op de verkeerde persoon. Niet dat die persoon op zich verkeerd is, want ik word niet snel verliefd en pik mijn slachtoffers zorgvuldig uit, maar of hij is hetero of hij ziet me niet staan. Ach, soms denk ik dat het beter zo is, dan een vriendje hebben die maar jouw vriendje is zonder echt iets voor je te voelen. Ook deze keer viel ik voor een onmogelijke prooi. Misschien maakt dat hem zo aantrekkelijk, het feit dat hij fysiek binnen handbereik ligt, maar emotioneel zal ik hem nooit kunnen vastgrijpen. Het maakt het niet echt makkelijker. Ik ben dan ook geen jager, ik behoor de prooi te zijn, dat is ‘mijn rol in het leven’ – of wat ze noemen ‘een makkelijk excuus’. Misschien zou ik hem gewoon moeten vertellen wat ik voor hem voel. Misschien moet ik het er gewoon op proberen, hem verleiden. Helaas gaat dat niet. Het is de basis van ons samenzijn, van hem en ik, ‘we zijn gewoon vrienden, meer kunnen we elkaar niet bieden’. Ik besef dat goed genoeg. Maar wat doe je als je dan toch – misschien onverwachts en ongepland – verliefd wordt, als je dan toch meer te bieden hebt en op de koop toe ook meer wilt vragen…

Volgende week vertrek ik op scoutskamp. Ik zie hem een maand niet. Misschien biedt dat me de tijd om te vergeten. Om terug tot het nuchtere en – helaas – realistische besef te komen dat we gewoon vrienden zijn, en elkaar niet meer kunnen bieden. Of misschien vind ik wel de moed om er voor te gaan, wetende dat de muur waar ik tegen ga botsen steeds, en onvermijdelijk, dichterbij komt, maar bereid te zijn om er tegenaan te smakken met alle geweld. Al was het gewoon maar om er later geen spijt van te krijgen dat ik het niet geprobeerd heb. Al was het gewoon maar om dat ik smoorverliefd ben.





Gedachten bij gisteren

30 05 2008

Af en toe, krijg ik eens de gelegenheid om in je te kijken.

Ik zie je graag.

Jij beseft maar half hoe diep mijn liefde voor jou is. Omdat je het niet kan voorstellen denk ik ook. Jij met mij. Het is niet wat je in je hoofd had. Maar wel soms door het mijne droomt. Soms, want ik besef hoe onmogelijk het is. Onmogelijk omdat jij het je niet kan voorstellen. Of omdat jij het zo niet aanvoelt. Onze werelden zijn nogal verschillend. Totaal verschillend. Maar wat als ik jou in jouw wereld kan laten, en jij mij in de mijne. Zou dat niet perfect zijn?

Gisteren was perfectie. Jij en ik. Ik in jouw armen. Het betekende meer dan alleen maar snoezen na een heerlijke vrijpartij. Voor mij toch. Ik genoot. Wij waren perfect. Zou het echt onmogelijk zijn, samen? Ik vrees van wel. Toch wil ik het wel uittesten. Al weet ik dat dat niet gaat, want wij zijn te verschillend.

Jij in jouw wereld.
Ik in de mijne.

En af en toe, krijg ik eens de gelegenheid om immens van je te houden.





Niets, alles en Hij

1 05 2008

Vandaag zag ik hem
Hij was gelukkig
Hij schrapte mij, ik hem niet
Hij leeft, terwijl ik sterf

Mijn ogen zoeken, tussen flitsend licht door
De tweeling ontwijkend, met hun immer afkeurende blik
Zij minachten, ik moet me beter voelen opdat ik ze overleef

Hij verdwijnt. Geen dagzoenhoegaathetslaapwel. Geen
Niets is niets, altijd

Vergeten kan ik niet
Daarvoor onthou ik te goed
Ik vlucht, naar hem toe en van hem weg
Tegelijk. Samen
Nee, nu alleen
In het donker gevuld met kikkergeluiden
En mijn hersenwoorden. En niets
Samen zinnen, met betekenis
Zonder samenhang

Zo is dit alles, niets
En uit niets komt alles
En dus ook een nieuwe dag

(Van niets)





Een lentezon en lachend geluk

19 04 2008

De weken van regenbuien leken vandaag een ver verleden. De zon scheen heerlijk! Ik heb er een hele dag van kunnen genieten! Vroeg opgestaan om met volle moed naar de les te gaan, prof te laat (wat we niet erg vinden) en hij stopte ook een half uur vroeger – echt, die man is zalig gewoon.

Toen scheen de zon al. Ze had haar plaats aan de hemel heroverd. Zelf straalde ik ook, al viel dat minder op in deze lentezon. Vandaag voel ik me gelukkig, écht gelukkig. En dat kwam niet speciaal door de prof, of de onluikende lentezon. Het heeft vandaag geen reden, mijn geluk. Een einde ook niet.

Ik reed door Leuven op mijn fiets en ik lachte. Met een brede lach op mijn gezicht reed ik door Leuven. Traag, genietend van de warmte, genietend van de dag. En het werkt aanstekelijk! Mensen bekijken je raar als ze je over het straat zien lopen met zo’n grote lach, maar dikwijls beginnen ze ook te lachen. Geluk is aanstekelijk. En voor mezelf ook. Hoe harder ik lachte, hoe meer mensen teruglachte, hoe meer ik begon te lachen. Er bestaan vicieuze cirkels waar je niet uit wil ontsnappen. Iedereen zou het moeten doen, lachend over staart lopen. Een lach zaaien, geluk oogsten. Door sommige virussen wil je besmet worden.

Dus onthoud, loop lachend rond. En als je mij tegenkomt, met mijn brede (banaanvormige) lachmond, lach me dan toe, maak mij gelukkig. Dan trek ik jou mee in deze heerlijke vicieuze cirkel!





Kwijt!

4 04 2008

“Bid maar tot de Heilige Antonius,” zou mijn moeder me lachend gezegd hebben. Maar de patroonheilige van de verloren voorwerpen kan me weinig hulp bieden, zelfs al zou ik er in geloven. Het is ook niet ‘iets’ dat ik kwijt ben, ik ben ‘iemand’ kwijt.

(En daar ken ik de patroonheilige niet eens voor.)

(Eigenlijk ben ik ‘niets’ kwijt. En dat is nu net wat ik kwijt ben. Niet iets, iemand, niets.)

Ik leef al heel mijn leven met maskers. Niemand kent mijn echte, ware gelaat. ik ben zo één van die mensen met een hart zo groot als de wereld, iemand die anderen niet kan zien lijden, een hulpvaardig iemand (als ik daar toch even over mag opscheppen), maar tegelijk zo één van die personen die zelf niet geholpen wíl worden. Daarom is er met mij ook nooit iets aan de hand. Ik ben een altijd-even-gelukkig-persoon, een lach-grage-goedzak, een barmhartige Samaritan, en als ik anderen kan helpen dan kan ik mezelf ook troosten!
Een brede lach, dat is mijn wapen en schild tegelijk in deze wereld. Het staat gegrift op elk van de duizenden maskers die ik aan mijn kapstok heb hangen. Zonder kan ik niet buiten komen.

Maar nu zit ik hier, op mijn kot, mijn kamer, mijn wereld. En dan hoeven geen maskers, ik ben alleen, ik verschuil me niet voor mezelf. Ik voel me slecht, ellendig. Omdat ik hem kwijt ben, en Antonius niet helpen kan.
We braken met elkaar, als geliefden. Enkele weken later ook als exen, vrienden, kennissen, verre kennissen, herkennissen, totaal. Voor zijn eigen goed wil hij me een tijdje niet meer zien. Misschien is dat tijdje morgen afgelopen en gaan we wederom een pintje drinken met elkaar. Aan de andere kant kan ‘een tijdje’ ook voor altijd betekenen. Misschien komt hij er nooit meer bovenop. Misschien is de schade die ik aanrichtte bij hem te groot, onoverkomelijk, ongeneeselijk. Ik botste op hem als een brandende komeet, in volle vlucht. Ik sloeg in met zo’n geweldige kracht dat hij zijn baan helemaal kwijtraakte. En hij heeft ze ook nog steeds niet teruggevonden… Bidden tot de Heilige Antonius, zegt mijn moeder altijd.

Ik weet ook niet wat ik zou doen als ik weer een bericht van hem ontvangen zou. Zou ik een gat in de lucht springen? Misschien zelfs niet een eens reageren. Ik weet het niet meer. Ook ik voel me in de steek gelaten.
Mijn sterrenbeeld is vissen. Ik moet door, ik ga door. Zwemmen, tegen de stroom in, of je stroomafwaarts laten drijven. Meer keuze heb ik niet. Dus ik ga door. De wereld in, met mijn maskers. Ik wil er allemaal niet over nadenken. Ik mis hem, maar ik wil er niet bij blijven stilstaan, want dan ga ik achteruit, stroomafwaarts. Dus zet ik mijn glimlach op, met mij gaat alles schitterend, bedankt om het te vragen! En met jou?

Ik kan er niet tegen dat iemand me uit zijn leven schrapt. Laat staan dat die persoon ooit nog mijn alles was, en ik de zijne. Liefde vergaat niet meer als de wortels zo diep hebben gezeten. Maar ik kijk machteloos toe, omdat ik machteloos ben. Machteloos, maar met een grote (gemaskerde) lach.
En als bij toeval klinkt Dana Winner (ik weet het, misschien een beetje oubollig, maar toch een pracht van een stem) in mijn oren, die dit allemaal prachtig verwoordt:

Als ik `s avonds heel alleen ben, denk ik steeds even aan jou
en ik vrees dan de nacht, die vanzelf komen zal
ik hou me vast aan de gedachte dat je nog steeds bij me bent
omdat de leegte van eenzaamheid niet went

Mijn verstand zegt dat ik verder moet, ik weet dat ze het goed bedoelt
maar mijn hart schreeuwt vergeet niet wat je voor hem hebt gevoeld
ik hou me vast aan de gedachte dat ik je ooit terug zal zien
omdat ik weet dat ik dit afscheid niet verdien

(Uit: Stil de storm)

Met deze woorden sluit ik af.

Laat wat van je horen alsjeblieft. Schrap me niet.





Vrienden en melancholie

27 03 2008

Ze vallen, denk ik soms. En ze doen zelf niet de moeite om het één voor één te doen. Meteen met een hele hoop tegelijk, mij achterlatend met de scherven van verloren vriendschappen. Vergane schepen die overladen zijn met ongeziene schatten, de kans ontnomen om elke zilverling of smaragd te doen schitteren in weerkaatste zonnestralen. Scherven brengen geluk, zegt men. Door diezelfde men wordt ook gezegd dat rijkdom niet gelukkig maakt. Dit zou dus het kruispunt moeten zijn van het pure geluk. Ik bezit scherven en mijn onontdekte schatten zijn gezonken. Gek genoeg voelt het zo niet aan.

Vaak heb ik het woord ‘vriend’ al proberen ontleden, of er een definitie op willen plakken. Wie ga ik later, nadat mijn studies zijn afgerond nog regelmatig terugzien? En wie doet er nu aardig, maar is zich van mijn bestaan op dit moment niet eens meer bewust? Wie mist mij, zoals ik hen mis?
Iedereen die mij kent, als is het maar een beetje, weet dat vrienden mijn alles zijn. Toch zijn het net die vrienden, en beginnende met de beste eerst, die mij verlaten. Of mij verlaten doen voelen. Of misschien trek ik het me te hard aan, in deze melancholische regenbui van zelfbeklag. Als de zon schijnt, zal ik me wel weer gelukkig voelen. Zo ben ik, even wispelturig als dit Blelgische hondenweer.
Toch leef ik op dat kleine beetje van aandacht. Gisteren was heel mijn dag goed doordat ik één smsje kreeg van iemand die ik al een tijdje niet meer gehoord had. Ik straalde. Je mag het gerust weten, beste Steven. Ook al staat onze vriendschap nog maar net in de startblokken, je maakte me gelukkig.

Een mens is toch de marginaal van de vooruitgang. En dan heb ik het vooral over mezelf. Ben ik dan echt zo afhankelijk van een stomme sms, die niet meer dan 160 tekens bevat. Of een e-mail, gestopt in een virtuele postbus. Is dat moderne vriendschap? De rottende vrucht van technologie? Vroeger moest men nog moeite doen om iemand ‘dag’ te zeggen, dan werd elk bezoek gevierd omdat het zo weinig voorviel en was elk weerzien hartelijk. Nu kan je, met je luie kont in een lederen stoel geplant, je hele levensverhaal spugen op virtueel papier. Spreken is overbodig geworden. Gevoelens uiten evenzeer.
En ik ga er in mee, gewillig slachtoffer en zelfgeprezen held. Ik schrijf het allemaal van me af, in deze virtuele wereld van me. Mijn kont in een lederen zetel, mijn lippen verzegeld, maar mét gevoel. Laat me maar in mijn melancholisch en semidrepressief zelfbeklag. Laat me me vandaag maar wat ongelukkiger voelen, de zon kan niet altijd schijnen.

Misschien moet ik zelf nog eens iets van mij laten horen. Een smsje sturen, een uitnodiging, een zoen. Misschien wachten mijn vrienden daar ook op. Het is tweerichtingsverkeer hé, op het verlaten kruispunt van geluk.

Ik ga mijn bed in kruipen en mijn ogen sluiten. Om ze te kunnen openen en met mijn ander been uit bed te stappen. Je zal zien, dan zal de zon schijnen. Stralen zal ik.





Hallo wereld!

25 03 2008

“Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!”

Dit was het eerste bericht dat ik kreeg, van Mr. WordPress himself. Alsof het een terechtwijzing is, een wijzende vinger die mij de schuld geeft dat deze nieuwe blog nog maagdelijk wit is. Dat ik hem enkele minuten geleden pas startte, bleek niet van belang. Bloggen begint met schreeuwerige schuld.

Hallo wereld. Stap mee in mijn wereld. Iedereen mag gerust weten wie ik ben, toch ga ik dat niet vertellen. Dat maakt het jullie makkelijk. Ofwel hou je van me, ofwel niet. Ofwel ben je een fan, of je vindt me een omhooggevallen derderangsidool. Het maakt me niet uit. Maar als je me kent, kan je niet anders dan van me houden. Eerder uit medelijden dan uit liefde. Dan hou je van me omdat je me kent, niet omdat ik je kan boeien met dit schrijven. Daarom mag je me niet kennen, om oprecht van mij te houden.

Waar deze blog begint, kan je duidelijk zien, hier. En nu. Het einde is een goedbewaard geheim. Ik weet ook niet helemaal precies waarom ik deze blog begin. Het is als een dagboek aan de wereld. Iedereen mag de geheimen tussen mij en mijn ‘Kitty‘ lezen, het zullen geheimen blijven. Hoe vaak je ze ook doorverteld. Omdat je mij niet kent. Omdat je niet weet wie deze geheimen draagt, kan je ze moeilijk verklappen, dus eigenlijk … zijn het helemaal geen geheimen. Misschien is dat het doel van een blog, de persoon achter de geheimen zoeken, opdat geheimen eindelijk geheimen kunnen worden. Ik daag jou uit, vind mij.

Grappig hé, zo’n blog. Hij begint met schuld, niet uit verlangen, gesticht door een persoon die je niet mag kennen, die geheimen wil vertellen dat geen geheimen zijn. Zo zit het in elkaar. Althans hier, blijkbaar. Ik snap het zelf ook allemaal niet meer, desalniettemin is mijn eerste post gemaakt. Hallo wereld. Hopelijk zie ik jou de volgende keer weer, als ik eens weet wat schrijven. Als de schuld vergeten is en het eerste geheim klaar om te vertellen. Tot dan.